Goud geld

  • goud het; o kostbaar edelmetaal van roodgele kleur: eerlijk als ~ doodeerlijk; het zwarte ~ steenkool of aardolie; voor geen ~ onder geen voorwaarde iets dat van goud gemaakt is: olympisch ~ gouden medaille

Sven Kramer won vorig weekend wederom een aantal gouden medailles op het WK schaatsen in Heerenveen. Dat is heel erg knap, maar het gaat hier nu niet om de prestatie. Het gaat om de medailles zelf. Het goud van de medailles om precies te zijn. Want wat Kramer zich waarschijnlijk niet besefte toen hij de onderscheidingen kreeg omgehangen, was de waarde van dat stukje edelmetaal om zijn nek.

Het enige wat zich niks lijkt aan te trekken van de crisis en wat niet dramatisch in waarde is gedaald sinds 2007 ,is, je raadt het al, goud.

  •  ka·raahet; o -s, -raten gewichtsmaat in de diamanthandel: één ~ is 0,2 gram gehalte-eenheid van goud: 24 ~ is 100% goud
  • geld het; o -en algemeen ruilmiddel van metaal of papier, dan wel giraal: ~ in omloop brengen; iets te ~e maken verkopen; voor geen ~ nooit bep. hoeveelheid ervan: ~en verduisteren vermogen, kapitaal: ~ hebben; oud ~ dat al lange tijd in de familie is

Hoewel de goudprijs in de afgelopen weken lichtelijk is gedaald ligt deze nog steeds historisch hoog. Maar hoe komt het dat de goudprijs zo ontzettend hoog is? Het is toch crisis?

Het antwoord daarop heeft de eigenaar van Contant voor Goud uit Bussum. Zijn naam blijft gissen, want goud heeft al eeuwenlang de vervelende hobby om schorriemorrie aan te trekken.

‘Goud kan niet gedrukt worden en geld wel.’ Dat heeft enige achtergrondinformatie nodig:

Lang, lang geleden was goud nog een betaalmiddel, denk aan dukaten. Goud was alleen een beetje onhandig als een normaal betaalmiddel. Daarom brachten mensen hun goud naar banken. In ruil voor hun goud kregen zij bewijspapieren terug. Omdat deze handiger waren dan het goud zelf werden deze bewijspapieren  in de loop der tijd gebruikt als betaalmiddel (bankbiljetten-briefgeld-flappen). Tegenover elk biljet stond dus goud. En via deze weg zijn we door de eeuwen heen beland bij geld zoals jij en ik het nu kennen.

‘Omdat president Obama van de VS maar geld blijft bijdrukken in tijden van crisis staat er steeds meer geld tegenover het de vaste hoeveelheid goud die niet verandert. Goud wordt dus meer geld waard omdat er meer geld bijkomt.’

Toevallig is het nu crisis en is goud enorm veel geld waard. Maar niet alleen in crisistijden komen mensen hun verzameling goud inwisselen. ‘Sinds 1 januari van dit jaar mogen goudhandelaren zoals ik niet meer alleen een webshop hebben. Daarom lijkt  het dat er door de crisis steeds meer goudhandelaren bij zijn gekomen omdat steeds meer mensen hun goud in willen ruilen. Maar mensen doen dat al jarenlang. Je ziet het nu alleen meer in het straatbeeld en op de televisie.’

Behalve ringen, kettingen en armbanden komen mensen met veel verschillende dingen aanzetten. ‘Piercings, die raken nu uit de mode, dus die komen mensen veel inruilen. Ik krijg ook dagelijks mensen met gouden kiezen en kronen over de vloer. Tandengoud is smerig, maar ik neem het wel aan. Goud is goud.’


Ruildag Drie

Muziek:

The Beatles – Baby You’re A Rich Man

The Beach Boys – Wouldn’t It Be Nice

U2 – I Still Haven’t Found What I’m Looking For

Ruildag twee

Ik ben weer verder gegaan met ruilen. Ben je nieuwsgierig? Kijk dan snel. Ben je niet nieuwsgierig? Kijk dan ook snel.

 

Muziek:

The Beatles – Baby You’re A Rich Man

Foster The People – Pumped Up Kicks

Fleetwood Mac – Go Your Own Way

Ruildag één

We zijn begonnen! Bekijk hieronder de videopost als je nieuwsgierig bent hoe het mij is vergaan.

 

Muziek:

The Beatles – Baby You’re a Rich Man

The Rolling Stones – You Can’t Always Get What You Want

Er was eens…

  • {cri·sis de; v -sen, crises 1 gevaarlijke toestand 2 (economisch) periode van slapte en werkloosheid. Bron: Van Dale Woordenboek}

Vroeger was alles beter. Dat blijkt. Want datgene waar alles tegenwoordig om draait, is op. Het gaat hier over, hoe raad je het, geld. Misschien heb je nog wat munten in je roze spaarvarken, of ligt er nog wat kleingeld tussen de kussens van de bank, maar over het algemeen is het op. En dat betekent maar één ding: crisis.

Toegegeven. Dat is oud nieuws. Het is zelfs zulk oud nieuws dat niemand meer weet hoe het is om niet in een crisis te leven. Maar die ‘periode van slapte en werkloosheid’, hoe is die nou eigenlijk ontstaan?

  • {hy·po·theek de; v -theken 1 onroerend goed als onderpand 2 lening die op zo’n onderpand verstrekt is. Bron: Van Dale Woordenboek}
  • {ren·te de; v(m) -n, -s vergoeding voor het gebruik van geleend geld. Bron: Van Dale Woordenboek}

Na de aanslagen van 11 september 2001, ging het bergafwaarts met de wereldwijde economie. Mensen met economisch verstand en vermogen raakten het vertrouwen kwijt in andere mensen met economisch verstand en vermogen. Laat dat vertrouwen nou enorm belangrijk zijn in de financiële wereld.

Om ervoor te zorgen dat de consument, dat zijn u en ik, niet het vertrouwen zouden kwijtraken en zijn of haar centjes in een oude sok zou stoppen, verlaagden de banken en hypotheekvertrekkers de rente die de consument moest betalen als zij een hypotheek wilden hebben. Zo zou de consument geld blijven lenen om dat weer uit te kunnen geven. Deze hypotheekrente bleef alleen niet door de jaren heen hetzelfde, maar was variabel. Dat betekent….

Wacht eens even. Ik ga te snel en ik maak het alweer veel te lastig.

Even kort door de bocht.

  •  {blut bn zonder geld. Bron: Van Dale woordenboek}

Als je geld leent, moet je daar geld voor betalen. Elke maand een beetje. Als je geld leent om bijvoorbeeld een huis te kopen dus ook. Als het beetje geld dat je per maand moet betalen ineens veel meer wordt dan vooraf afgesproken en je dat niet wist omdat je de kleine lettertjes niet hebt gelezen, dan ben je in de aap gelogeerd. Degene bij wie je het geld hebt geleend wordt boos, omdat je niet meer kan betalen. Zo boos dat zij jouw huis inpikken. Want ‘jouw’ huis is betaald van hun centjes. En daar sta je dan, met je goede gedrag op straat. Hier eindigt voor jou de rol in dit verhaal.

De mensen die jou die hypotheek hebben geleend nemen dit verhaal over. Ze verkopen jouw huis en die van al hun klanten die ook zonder na te denken een handtekening hebben gezet. De banken halen achteloos hun schouders op, want ach, zij worden immers rijk. Dit verhaal speelde zich af tussen 2001 en 2007.

In de zomer van 2007 ging het mis. De huizenprijzen gingen omlaag en de banken konden de huizen die ze van hun klanten hadden ingepikt niet voor meer geld verkopen.

Ter illustratie:

Jan leent 300.000 euro bij de bank voor een huis. Jan moet zijn huis na twee jaar uit omdat hij de rente aan de bank niet meer kan betalen. De bank is zijn 300.000 euro kwijt en gaat daarom het huis verkopen. Alleen kan de bank nog maar 250.000 euro krijgen voor het huis. De bank heeft nu 50.000 euro verlies gedraaid.

Dit is bij miljoenen mensen gebeurd en de banken raakten blut. Om dit op te lossen gingen de banken weer geld lenen bij andere banken en instanties. Tot op een gegeven moment de banken niet eens meer geld aan elkaar konden lenen en alle banken dreigden failliet te gaan of zelfs bankroet gingen.

Een dikke vette baby was geboren. Haar naam: Kredietcrisis.

Bronnen:

RijksoverheidVolkskrantVan Dale Online WoordenboekElsevier

De grote verdwijntruc

Voordat ik jullie lastig ga vallen met economisch gezwam, warm ik jullie even op met een hersenkrakertje:

Jan en Marie zijn in Parijs en zijn op zoek naar een hotel. Eenmaal een geschikt exemplaar gevonden boeken ze een kamer. Ze rekenen af en laten nog honderd euro achter als borg voor de kamer.Het koppel gaat lekker de stad van de liefde in en hebben de tijd van hun leven. Dat terzijde.

De manager van het hotel die Jan en Marie zojuist zo vriendelijk heeft geholpen heeft een achterstallige betaling van honderd euro bij zijn schilder. Als hij zijn baan niet spuugzat was had hij het niet gedaan, maar hij pakt de honderd euro borg van Jan en Marie en brengt dat naar zijn schilder. Manager blij, schilder blij, iedereen blij,

De schilder op zijn beurt is heel erg blij met het geld, want het gigantische boeket bloemen dat hij naar zijn vriendin had laten sturen moet nog even voldaan worden bij de bloemist op de hoek. De schilder besluit even een pauze in te gelasten en loopt naar de bloemist. Schilder blij, bloemenverkoper blij, iedereen blij.

De bloemist op zijn beurt moest twee weken geleden noodgedwongen een hotel zoeken toen hij zo suf was geweest om de kraan vergeten uit te zetten. Zijn hele huis stond blank dus hij ging naar het hotel waar Jan en Marie nu zo heerlijk vertoeven. De bloemenman zat wat krap bij kas en was na het nachtje in het hotel nog honderd euro verschuldigd aan de manager van het betreffende hotel. Met de honderd euro van de schilder in zijn portemonnee loopt hij naar het hotel en betaalt zijn schuld af. De manager hoeft niet te vrezen voor zijn baan, want de honderd euro borg ligt weer op de plek waar het hoort. Bloemist blij, manager blij, iedereen blij.

Maar wacht eens even. Iedereen heeft zijn schulden afbetaald, maar de honderd euro borg is weer terug op zijn plek? Alsjeblieft; stof tot denken.